Spiritualiteit In de drie basisvragen voor het signaleren en verkennen, komt het woord ‘spiritualiteit’ niet voor. Yvonne Engels: “We hebben dat woord, dat in Nederland weerstand op kan roepen, bewust niet gebruikt. De kracht van de drie vragen ligt in de eenvoud en in de aansluiting bij de dagelijkse praktijk. Maar ondertussen kom je met dergelijke vragen wel tot de kern van de zaak. We maken met deze simpele vragen ruimte voor wat een patiënt bezighoudt, maar ook voor waar een patiënt mee verbonden is en waar een patiënt steun aan heeft.” Yvonne Engels: “Aandacht voor zingevingsvragen is een belangrijke voorwaarde voor persoongerichte zorg. Aandacht hebben voor wat iemand in het bijzonder bezighoudt, wordt meer en meer gezien als een kwaliteit die iedere zorgverlener moet hebben. Het is dus zeker niet meer alleen de taak van geestelijk verzorgers. Het is logisch dat een deel van die aandacht komt van de verpleegkundigen. Die komen immers al aan het bed en hebben een brede blik. Juist zij zouden tijdens hun zorggerichte contact deze signalen van de patiënt rond zingeving die niemand anders te zien krijgt, op kunnen merken.” Jacqueline van Meurs: “Verpleegkundigen die dagelijks omgaan met patiënten met kanker en hun naasten, zouden de spirituele dimensie van de patiënt moeten kunnen verkennen. Dat kan gewoon tijdens de dagelijkse handelingen, heel laagdrempelig. De richtlijn noemt drie vragen die zorgverleners ondersteunen bij het signaleren en verkennen: Wat houdt u in het bijzonder bezig op dit moment? Aan wat of wie had u steun in eerdere situaties? En: Wie zou u op dit moment graag bij u willen hebben ter ondersteuning?” Jacqueline van Meurs: “Verpleegkundigen pikken vaak in alle drukte de spirituele vragen niet op.” Om na te gaan in hoeverre verpleegkundigen werkelijk ruimte kunnen of willen maken voor zingeving in hun dagelijkse werkzaamheden, is Van Meurs met hen meegelopen. Zij trok ook een witte jas aan en observeerde vier verpleegkundigen tijdens hun diensten. Na afloop van elke dienst interviewde ze deze verpleegkundigen ook. Ze vroeg dan of ze die dag aandacht hadden gehad voor zingeving. Aanvankelijk gaf iedere verpleegkundige aan, dat er helemaal geen situaties waren geweest waarin de beleving van de patiënten om aandacht vroeg. Wanneer Jacqueline aangaf wat zij zelf had waargenomen tijdens de dienst (en dat was veel), herkenden alle verpleegkundigen dit alsnog. Als redenen waarom ze de genoemde situaties niet verkend hadden, vertelden ze dat ze geen tijd hadden, hun hoofd er niet naar stond en ook dat de patiënten er mogelijk niet van gediend zouden zijn. Jacqueline: “Er is brede consensus over het feit dat aandacht voor spiritualiteit een integraal onderdeel moet zijn van de zorg van professionals. En omdat met name verpleegkundigen veel contactmomenten hebben met patiënten met kanker zouden juist zij die aandacht moeten kunnen geven. Hoewel de verpleegkundigen die ik geobserveerd heb stuk voor stuk de noodzaak inzien en ook de middelen tot hun beschikking hebben, werd er geen vraag gesteld. Sterker nog, signalen die patiënten afgaven, waaruit duidelijk een vraag naar spirituele begeleiding naar voren kwam, werden niet opgepikt. De verpleegkundigen gaven later aan dat gebrek aan tijd en een zekere gereserveerdheid om over dergelijke kwesties te praten belangrijke redenen zijn. Ik snap die argumenten, maar weet ook dat de gesprekken die ik tijdens de observaties voerde slechts enkele minuten duurden.” Van Meurs en Engels constateren dat verpleegkundigen tijdens hun dagelijkse zorg voor patiënten met kanker heel veel kansen krijgen om het gesprek met patiënten aan te gaan over wat hen wezenlijk bezig houdt. Die kansen worden vaak nog niet gegrepen. En als dat wél gebeurt, blijken ze vaak niet tot verkenning ervan over te gaan. Van Meurs: “Dat is werkelijk een gemiste kans. Er gebeurt immers nogal wat met die patiënten en we weten uit onderzoek dat deze, als er aandacht is voor hun zingevingsvragen, bijvoorbeeld beter slapen en minder pijn ervaren. Daarom gaan we nu, als volgende stap in dit onderzoeksproject, een interactieve communicatietraining ontwikkelen. Zo leren professionele zorgverleners de vaardigheden voor het verkennen van de spirituele dimensie bij patiënten met kanker. Binnen deze training is aandacht voor het herkennen van signalen van patiënten en ook voor de misvatting dat een dergelijk gesprek veel tijd kost. “Ik wil ze leren hoe ze deze patiënten op de radar kunnen krijgen en laten zien dat het eigenlijk naar weinig tijd kost om ook daar met de patiënt het gesprek over aan te gaan.” Yvonne Engels: “Persoonsgerichte zorg is een speerpunt van het Radboudumc. En dat is meer dan het afstemmen van een therapie op het genetisch profiel. Aandacht voor spirituele vragen in de palliatieve fase van de zorg, past daar even goed bij.” Radboud Report Oncologie 09 Pagina 8

Pagina 10

Scoor meer met een online winkel in uw flyers. Velen gingen u voor en publiceerden vaktijdschriften online.

Radboud Report Oncologie Nr. 1 2019 Lees publicatie 2Home


You need flash player to view this online publication