met patiënten te bespreken. We trainen nu zorgverleners om hier bij stil te staan. En dat het niet zorgverlenerafhankelijk is wat er besproken wordt in de spreekkamer. Zodat er in volgende gesprekken, zeker wanneer er besluiten genomen moeten worden, opnieuw gekeken wordt wat een eventuele nieuwe behandeling voor gevolgen heeft in de context van de patiënt. En ook hier vroegtijdig de huisarts bij betrekken. Zo wordt het een standaard onderwerp, in plaats van aan het eind van een behandelingstraject uitgebreid stil staan bij hoe de zorg over te dragen aan de huisarts. Column Vliegangst Mijn buurman heeft vliegangst. Toen ik hem uitlegde dat rijden op de A2 statistisch gezien tientallen keren gevaarlijker is en wees op de leuke app ‘AmIGoingDown’ die voor elke vlucht uitrekent hoe extreem klein de kans op neerstorten is, bekende hij: ‘het is vooral het gevoel dat je het stuur uit handen geeft, wat het zo moeilijk maakt. Je legt je leven in de handen van een piloot.’ Hij zou het liefst meesturen in de cockpit denk ik. Zelf kan ik mij ondertussen de situatie niet voorstellen, dat de piloot na een aantal rondjes te hebben gevlogen boven Rome met onweer, via de intercom vraagt aan de reizigers, wat hij zal doen: snel landen op de korte baan of een extra bocht maken om op een langere landingsbaan uit te komen? Zelfs niet als hij ons een keuzehulp aanbiedt waarbij de risico’s van een landing met rukwinden en een korte drijfnatte baan worden afgezet tegen het risico van langer vliegen door het onweer. Erik Lambeck: “De medisch specialist en de patiënt, die toch een specialist is over zijn eigen leven, moeten elkaar zien te vinden in de beslissingen die genomen moeten worden over het vervolg van de zorg. Daarbij is er altijd ook de druk van familie en van de media die elke dag wel een medische doorbraak melden. Vaak zijn er in het palliatieve traject wel degelijk nog behandelingen, maar deze zijn intensief en je mag je dus afvragen of je die wilt ondergaan. Daar gaat het hier vaak over en juist in die beslissingen speelt de context een belangrijke rol. En daarin spelen verpleegkundigen en de huisarts ook een essentiële rol. Want een arts kan nog zo toegankelijk zijn, patiënten hebben ook hun eigen barrières. Daarom zoeken we zelf ook contact met de huisarts die specialist is in context. Wij observeren momenteel ook spreekuren om te zien hoe de gesprekken verlopen, zodat we kunnen helpen om die contextvraag op tafel te krijgen.” ‘Shared decision making’ is momenteel een veel gehoord begrip binnen de muren van het ziekenhuis. Artsen en verpleegkundigen willen de patiënt vooral betrekken bij de keuzes die er gemaakt worden bij de behandeling. Daar kun je weinig op tegen hebben. Het past in het rijtje samenwerking, kwaliteitszorg en transparantie; ook van die zaken die horen bij goede en, wat mij betreft, vanzelfsprekende zorg. In de praktijk blijkt vervolgens dat de patiënt het knap lastig vindt om te kiezen. Daarom worden er tientallen keuzehulpen ontwikkeld, waarin de patiënt bij de hand genomen wordt. Dat helpt zeker. Maar terecht vragen velen zich af of een patiënt wel kán meebeslissen over zaken die simpelweg onder de professionele standaard vallen van de arts. Nee; dat kunnen ze niet en sterker nog: dat wordt niet van ze gevraagd. De arts is de professional die op medisch gebied de meest verantwoorde beslissing neemt. De piloot die de stuurknuppel in handen heeft. En deze piloot zal in een privéjet het gesprek met de passagier aangaan. Niet over de wijze van aanvliegen, de stand van het hoogteroer of het trimmen van de vleugels. Maar wél over de bestemming en de route. Sceptici over shared decision making in de zorg benadrukken graag de afhankelijkheidsrelatie die er is tussen arts en patiënt. Die zou het onmogelijk maken om als gelijkwaardige partners over de behandeling te spreken. Daar mag een kern van waarheid in zitten voor waar het medisch handelen betreft. Maar zorg is zoveel meer dan medisch handelen. Met wat hulp zijn patiënten in heel veel gevallen in staat om hun bestemming te kiezen en uitspraken te doen over de route die genomen moet worden. Korter vliegen met het risico op onweer, uitwijken naar een andere bestemming. Daarvoor hoeven zij niet in de cockpit te komen, maar bepalen ze wel voor een aanzienlijk deel de reis die ze gaan maken. Dat leidt vaak tot effectievere zorg en vaak ook tot een betere relatie tussen behandelaar en patiënt. Mijn buurman gaat met de auto naar Frankrijk. Joost van Sluijters Pagina 16

Pagina 18

Voor nieuwsbrieven, online onderwijs catalogussen en reclamefolders zie het Online Touch content management beheersysteem systeem. Met de mogelijkheid voor een webwinkel in uw vakbladen.

Radboud Report Oncologie Nr. 2 2019 Lees publicatie 1Home


You need flash player to view this online publication